Goed voorbereid op reis. Tips van het L.I.C.G.

 

Ha fijn, vakantie! Maar… wat doen we met poes of hond? Een oppas regelen? Dat kan, maar je moet maar net iemand weten. Je huisdier meenemen op vakantie dan? Of naar een pension brengen? Allebei kunnen dat goede oplossingen zijn voor huisdier én baasje, maar er zijn wel enkele zaken waarmee u rekening moet houden.

Als het over katten gaat, kunnen we kort zijn. Aan het woord is Jenny Buijtels, dierenarts en internist bij de Universiteitskliniek voor Gezelschapsdieren, faculteit Diergeneeskunde (Utrecht). “Een kat is veel meer gehecht aan zijn omgeving dan aan zijn eigenaar. Een kat op vakantie is in veel gevallen een minder goed idee. Het komt ook niet veel voor dat katten meegenomen worden op vakantie.”

Bij honden is dat anders. “Hoewel niet iedere hond het reizen even leuk vindt. Het gaat echter om meer dan alleen de reis overleven. Veel honden kunnen slecht tegen hitte. Honden kunnen namelijk niet transpireren. Die regelen hun temperatuur alleen via de voetzolen en hun tong. Bij hoge temperaturen hebben ze het dan al gauw te warm. De afmetingen van de hond en de lengte van de haren tellen ook mee: hoe meer isolatie, hoe slechter je de warmte kwijt kunt. En een hond die het warm heeft, komt ook nog eens minder aan beweging toe. Dat is natuurlijk ook niet ideaal. De landen rondom de Middellandse Zee zijn in de zomervakantie daarom minder geschikt.”

Vaccineren

Met de hond naar het buitenland betekent altijd: laten chippen, een Europees dierenpaspoort aanschaffen en vaccineren. Op de website van het Landelijk Informatiecentrum voor Gezelschapsdieren staan de eisen per land. “Vervolgens kun je bij je eigen dierenarts je hond laten vaccineren. Vaccineren tegen rabiës (hondsdolheid) is in het buitenland verplicht. Daarnaast is het verstandig om met uw dierenarts te overleggen of andere vaccinaties verstandig zijn. In het buitenland, met name de warme landen, vormen leishmaniose, ehrlichiose en babesiose de echte risico’s.”

Babesiose en ehrlichiose worden overgebracht via teken. Van babesiose krijgt een hond onder andere ernstige bloedarmoede, van ehrlichiose onder andere chronische ontstekingen. De verschijnselen treden op variërend van een paar dagen tot weken na de infectie. “Je kunt de hond een tekenband om doen en teken bijtijds verwijderen, maar deze methoden zijn niet altijd effectief. Soms zie je een teek over het hoofd, en een band houdt niet alle teken tegen. Beide ziektes zijn meestal wel goed te behandelen, maar niet altijd helemaal te genezen.”

Dat laatste geldt zeker voor leishmaniose. Levenslange toediening van medicijnen en controle blijft in dat geval nodig. De ziekte wordt overgebracht via zandvliegjes, die vooral in de schemering en het donker actief zijn. Houd de hond dan dus binnen, of behandel hem met een insectenwerend middel (halsband, druppels of spray). En zorg voor een geïmpregneerd muskietennet met een kleine maaswijdte over de slaapplaats van de hond, als het niet mogelijk is deze goed af te sluiten van de buitenwereld.
De verschijnselen van leishmaniose zijn niet altijd even duidelijk: de hond wordt bijvoorbeeld wat slomer, of vermagert langzaam. Andere krijgen huidproblemen met korstjes rond de ogen en op de oren. “En het kan tot acht jaar duren voor je dat merkt! Gelukkig is de kans op een besmetting tijdens een vakantie klein, maar bij langer verblijf is de kans duidelijk groter.”

Gezond verstand

Jenny Buijtels wil niet zover gaan dat ze bepaalde landen zou afraden. “Vraag jezelf wel af hoeveel plezier je je hond doet met een vakantie. Sommige honden zijn meer gebaat bij een goede kennel of bij een logeerpartij bij een kennis. Denk dus goed na over de gevolgen en de mogelijke risico’s voor je hond. Heeft je hond last van reisziekte? Vraag dan je dierenarts wat de mogelijkheden zijn. Eigenlijk geldt hetzelfde als bij kleine kinderen: gebruik je gezond verstand. Met je hond in de file in een snikhete auto zonder airco is geen goed idee.”

Als het lekker weer is, en de reis verliep goed, vinden honden het vaak wel leuk, zo’n vakantie. “En natuurlijk zijn er heel veel honden die het echt heerlijk vinden om te ravotten met andere honden, mee de bergen in te gaan, te spelen in de zee, de hele dag actief te zijn. Voor baas en hond kan een vakantie dus gewoon ook ontzettend gezellig zijn!”

Pension

Dierenarts Rolf Nijsse is een collega van Jenny Buijtels. Hij werkt bij de afdeling Infectieziekten en Immunologie van de faculteit Diergeneeskunde. “Verander liefst zo weinig mogelijk,” is zijn advies. “Dus als het niet mogelijk is om een oppasadres te regelen, en je hond of kat gaat naar een pension, onderzoek dan eerst of ze daar hetzelfde voer als thuis kunnen geven, of dat je bijvoorbeeld iets met een vertrouwde geur kunt meegeven.”

Voor een professionele honden- of kattenopvang geldt een vaccinatieplicht voor bepaalde infectieziekten. Katten die naar een pension gaan moeten verplicht zijn ingeënt tegen kattenziekte en niesziekte. Bij honden gaat het om een vaccinatie tegen hondenziekte, parvo en besmettelijke leverziekte. Daarnaast mag een pension vragen om vaccinaties tegen kennelhoest en de ziekte van Weil. Vaccineren tegen die twee is sowieso aan te raden, geeft Nijsse aan.

Beschermingsgraad

Waarom geldt die vaccinatieplicht eigenlijk? “Voor de bescherming van de individuele hond, maar ook om verspreiding van een ziekte te voorkomen. We willen een zekere beschermingsgraad kunnen garanderen. Want je plaatst een dier in een potentieel stressvolle situatie, ontneemt hem zijn dagelijkse ritme en brengt hem onder op een plek waar veel dieren bij elkaar zijn. Als er dan al een ziekte rondwaart, heb je aan alle voorwaarden voldaan om ziek te worden.”

Tegenwoordig is een zogenaamde titerbepaling toegestaan om aan die vaccinatieplicht te voldoen. Nijsse: “Je meet dan de hoeveelheid antistoffen in het bloed. De overheid heeft nu besloten dat je aan de vaccinatieplicht ook hebt voldaan, wanneer uit de titerbepaling blijkt dat de hoeveelheid antistoffen boven een bepaalde drempelwaarde uitkomt.”

De titerbepaling moet zorgvuldig worden uitgevoerd, waarna de dierenarts kan adviseren wanneer een dier zijn herhalingsvaccinaties nodig heeft. Maar de pensionhouder heeft het laatste woord. “Dus als hij of zij een titerbepaling niet voldoende vindt, moet je alsnog vaccineren. Bovendien is er voor kennelhoest en de ziekte van Weil geen titerbepaling mogelijk, deze vaccins moeten sowieso jaarlijks worden toegediend.”

De minimale tijd tussen vaccinatie en plaatsen in het pension kan per pension en ook per vaccin verschillen. “Zoek dat dus eerst uit, en vraag dan je dierenarts of een nieuwe vaccinatie nodig is. Dan kom je nooit voor verrassingen te staan.”

Meer weten?

Raadpleeg dan de eigen dierenarts en het Landelijk Informatiecentrum voor Gezelschapsdieren (www.licg.nl).

Reageer als eerste op "Goed voorbereid op reis. Tips van het L.I.C.G."

Reageer

Your email address will not be published.


*